Raja Ali Padir Ponto ( Pade )




Raja Bolangitang Ali Padir Ponto 

Pade Ponto

Perjanjian 24 Januari 1858






 


BOLANG ITANG.

(ACTEN VAN VERBAND EN VAN BEVESTIGING.)

ACTE VAN VERBAND van ALI PADIR

Ponto, radja van Bolang Itang.

Ik ALI PADIR Ponto, radja van Bolang Itang, beloof

plegtiglijk:

1. het Nederlandsch-Indisch Gouvernement als mijnen

opperheer en de door hetzelve over mij gestelde magten

als mijne overheid, allen verschuldigden eerbied, gehoor-

zaamheid en hulp te bewijzen;

2. de contracten tusschen mijnen voorganger met het

Nederlandsch-Indiseh Gouvernement gesloten, onder dag-

teekening van 24 Augustus 1857 en 19 September l859,

goedgekeurd en bekrachtigd bij gouvernements-besluiten

dd. 24 Jan I858, n°. 48, en 4 Januarij 1860, n°. 8

getrouwelik

na te komen; en wel in het bijzonder:

5

3. het welzijn des volks te bevorderen;

4. met regtvaardigheid te regeren ;

net mijne naburen den vrede te handhaven;

6. den zeeroof te beletten;

7. den slavenhandel te beletten;

8. den laudbouw te Leschermen;

9. de nijverheid te beschermen;

10. den handel te beschermen;

11. de scheepvaart te beschermen;

12. -aan schipbreukelingen hulp te verleenen en ge-

strande goederen te bergen, en niet te dulden dat onder-

danen zulks niet doen;

[71. 7.]

Overeenkomsten met inlandsche vorsten in den Oost-Indischen Archipel

13. in geene staatkundige aanrakingen te treden met

vreemde mogendheden;

14. nan geene Europeanen of andere vreemdelingen van

Westersche of Oostersche afkomst gronden af te staan en

hunne toelating of vestiging buiten de havens van mijn

rijk niet te vergunnen dan met toestemming van den

resident van Menado;

15. wanneer vreemde handelaren zich binnen de havens

van mijn rijk langer ophouden dan gedurende den tijd

van drie maanden, daarvan onverwijld kennis te geven

ann den resident van Menado.

(71. 7)

BOLANG ITANG.

(NOTA VAN TOELICHTING.)

Het rijkje Bolang Itang (residentie Menado), gelegen

aan de noordkust van Celebes, en begrensd door de land-

schappen Kaidipan, Binta-Oens en Bolang Oeki, is van

oudsher onderworpen geweest aan de Oost-Indische Com-

Hebbende ik deze verklaring met ende bevestigd, en pagnie en later aan het Gouvernement. De laatste con-

ten blijke daarvan deze acte onderteekend.

Menado, den 7den October 1875.

De radja van Bolang Itang,

(g) PONTO

tracten, die zijne verhouding tot de Compagnie regelden,

waren gedagteekend 25 Mei 1750, 15 Augustus 1766 en

1 November 1782. (1) Daarbij werd o. a. de verpligte

levering van vogelnestjes, karet en goud gestipuleerd, en

bepaald dat alleen de gereformeerde eeredienst volgens de

Dortsche Synode in Bolang Itang zou worden ingevoerd.

De verhouding van het landschap tot het Nederlandsch

Indisch Gouvernement werd geregeld door de contracten

van 29 Mei 1829, 31 October 1832 en lantstelijk door dat

van 24 Augustus 1857, (2) aangevuld bij eene suppletoire

overeenkomst van 19 September 1850. (3) Bij de twee

eerstgenoemde contracten werd aan Bolang Itang de leve-

ring van 55 onsen stofgoud 's jaars opgelegd, waarvoor de

radja en rijksgrooten 16 gulden koper per ons zouden ont-

ACTE VAN BEVESTIGING van ALI PADIR vangen. De levering had echter van den aanvang af zeer

PONTO, radja van Bolang Itang.

Aangezien het den resident van Menado, na een des

wege opzettelijk ingesteld onderzoek, gebleken is dat Ata

PADIR PONTO, door keuze der bevolking in de regering

over het landschap Bolang Itang, behoorende tot de landen

gelegen op de noordkust van Celebes, wettig is opgetreden

als radja van dat landschap en als zoodanig behoort te

worden bevestigd, en aangezien door hem op heden in

handen van den resident van Menado de aan deze acte

geannexeerde verklaring is afgelegd en beledigd, zoo is

het, dat de resident voornoemd heeft goedgevonden krach-

tens daartoe bekomen magtiging van het Nederlandsch-

Indisch Gouvernement, hem ALI PADIR PONTO, in zijnen

rang als radja en in de regering over het landschap Bolang

Itang te bevestigen, gelijk geschiedt bij deze.

Ten blijke waarvan deze acte is opgemaakt en onder

teekend door:

den resident van Menado,

(get.) VAN MUSSCHENBROEK.

Menado, den 7den October 1875.

gebrekkig plaats, en in 1857 bedroeg de achterstand ruim

699 realen goud. Met kwijtschelding van dien achter-

stand werd nu de goudlevering afgeschaft en vervangen.

door eene schatting of belasting, die, per huisgezin op

f5 berekend, aanvankelijk op een bedrag van f 465 werd

gesteld, en voldaan zou kunnen worden in goud, geld,

of andere voortbrengselen, zoo als tripang, was, karet,

katoen. Bij behoorlijke voldoening dezer belasting, zouden

de radja en rijksgrooten, daarvan voor zich ontvangen.

Bij het contract van 1857 heeft het Gouvernement zich

het regt voorbehouden, om de radja's van Bolang Itang

te benoemen en te ontslaan, na raadpleging der rijks

grooten. In 1874 werd dienvolgens, toen het bestuur was

opengevallen, tot radja benoemd ALI PADIR PONTO, en

met dezen zijn den 7den October 1875 de hierbijgaande

neten uitgewisseld.

Die neten zijn bij besluit van den Gouverneur-Generaal

dd. 24 October 1876, n.3, bekrachtigd, ofschoon zij, wat

vorm en inhoud betreft, in verscheidene opzigten te wen-

schen overlieten, en niet in overeenstemming waren met

de regerings-aanschrijvingen, o. a. omdat daarin omtrent

de goedkeuring der Indische Regering niet uitdrukkelijk

een voorbehoud was gemaakt, en omdat daarin geene be-

palingen waren opgenomen betreffende de bevordering van

het onderwijs en de vaccine, de uitsluiting der straf van

rottingslagen, den afstand van grond voor eventuele -

Vorenstaande acten van verband en van bevestiging zijn gouvernements-etablissementen benodigd, en de mede-

goedgekeurd en bekrachtigil, op heden den vier en twin-werking van den radja tot de herziening en aanvulling

tigsten October des jaars een duizend acht honderd zes en der contractuele bepalingen, welke het Gouvernement

zeventig.

mogt verlangen. In deze onregelmatigheden is door de

Indische Regering berust, omdat het vooruitzigt bestond

De Gouverneur-Generaal van Nederlandsch Indie, dat eerlang de verhouding tot Bolang Itang op nieuw zou

(.g.) VAN LANSBERGE.

Ter ordonnantie van den Gouverneur-Generaal,

De Algemene Secretaris,

(.g.) LEVYSSON NORMAN.

Voor eensluidend afschrift,

De Gouvernements-Secretaris,

(get.) DE BLAAUW.

Voor eensluidend afschrift,

De Secretaria-Generaal bij het Departement

van Kolonien,

E. VAN ALPHEN

geregeld worden, daar zij aan den resident van Menado

had opgedragen, om zich met de verschillende rijkjes ter

noordkust van Celebes en op de Sangi-eilanden in nan-

raking te stellen, ten einde nieuwe contracten te sluiten

in plaats van de bestaande, die over 't algemeen slecht

werden nageleefd.

Intusschen hal de radja ALI PADI PONTO zich het hem

toevertrouwde gezag volkomen onwaardig betoond. Door

de rijksgrooten aangeklaagd wegens het wangedrag en

de afpersingen waaraan hij zich schuldig maakte, werd

hij, nadat bij een plaatselijk onderzoek de gegrondheid

(1) Deze contracten werden aangegaan met Kaidipan en Bolang

Itang gezamenlijk, omdat eerstgenoemd rijk destyds sekere supre

matie over het laatstgenoemde uitoefende.

(2) Gedrukte stukken, Tweede Kamer 1858-1869, . XXIII.

(3) Gedrukte stukken, Tweede Kamer 1860-1861, n°. LXXI.


Terjemah :

SALINAN.

BOLANG ITANG.

(AKTA KETERIKATAN DAN PENGUKUHAN.)

AKTA KETERIKATAN ALI PADIR

PONTI, raja Bolang Itang.

Saya ALI PADIR PONTO, raja Bolang Itang, dengan sungguh-sungguh berjanji:

1. untuk menunjukkan semua rasa hormat, kepatuhan, dan bantuan yang selayaknya kepada Pemerintah Hindia Belanda sebagai tuan saya dan kepada pihak berwenang yang ditunjuk olehnya atas saya sebagai atasan saya;

2. untuk dengan setia mematuhi kontrak-kontrak yang dibuat antara pendahulu saya dengan Pemerintah Hindia Belanda, bertanggal 24 Agustus 1857 dan 19 September 1859, yang disetujui dan disahkan dengan keputusan pemerintah tertanggal 24 Januari 1858, no. 48, dan 4 Januari 1860, no. 8; dan khususnya:

5

3. untuk memajukan kesejahteraan rakyat;

4. untuk memerintah dengan keadilan;

untuk menjaga perdamaian dengan tetangga saya;

6. untuk mencegah pembajakan;

7. untuk mencegah perdagangan budak;

8. untuk melindungi pertanian;

9. untuk melindungi industri;

10. untuk melindungi perdagangan;

11. untuk melindungi pelayaran;

12. untuk memberikan bantuan kepada korban kapal karam dan menyelamatkan barang-barang yang terdampar, dan tidak mentolerir bawahan yang tidak melakukan hal tersebut;


[71. 7.]

Perjanjian dengan penguasa pribumi di Nusantara

13. tidak mengadakan kontak politik dengan

kekuatan asing;

14. tidak menyerahkan tanah kepada orang Eropa atau orang asing lainnya

asal-usul Barat atau Timur dan

tidak mengizinkan masuk atau menetap mereka di luar pelabuhan

kerajaan saya kecuali dengan izin dari

residen Menado;

15. apabila pedagang asing tinggal di pelabuhan

kerajaan saya lebih lama dari waktu

tiga bulan, segera memberitahukan hal tersebut

kepada residen Menado.

(71. 7)

BOLANG ITANG.

(CATATAN PENJELASAN.)

Kerajaan kecil Bolang Itang (keresidenan Menado), yang terletak

di pantai utara Sulawesi, dan berbatasan dengan wilayah-wilayah

Kaidipan, Binta-Oens, dan Bolang Oeki, telah sejak

dulu tunduk kepada Perusahaan Hindia Timur

Setelah saya menguatkan dan menegaskan pernyataan ini, dan kemudian kepada Pemerintah. Perjanjian terakhir

sebagai bukti, akta ini ditandatangani.

Menado, 7 Oktober 1875.

Radja Bolang Itang,

(ttd) PONTO

yang mengatur hubungannya dengan Perusahaan,

bertanggal 25 Mei 1750, 15 Agustus 1766 dan

1 November 1782. (1) Di dalamnya, antara lain, diatur penyerahan wajib

sarang burung, karet dan emas, dan

ditentukan bahwa hanya ibadah reformasi sesuai dengan

Sinode Dordrecht yang akan diperkenalkan di Bolang Itang.

Hubungan wilayah tersebut dengan Pemerintah Hindia Belanda

diatur oleh kontrak-kontrak

tanggal 29 Mei 1829, 31 Oktober 1832 dan terakhir oleh

tanggal 24 Agustus 1857, (2) dilengkapi dengan perjanjian tambahan

tanggal 19 September 1850. (3) Dalam dua

kontrak pertama, Bolang Itang diwajibkan menyerahkan

55 ons emas murni per tahun, yang untuk itu

radja dan bangsawan kerajaan akan menerima 16 gulden tembaga per ons.

AKTA PENGESAHAN ALI PADIR. Penerahan tersebut, bagaimanapun, sejak awal sangat

PONTO, radja dari Bolang Itang.

Mengingat residen Menado, setelah

penyelidikan khusus yang dilakukan, telah menemukan bahwa Ata

PADIR PONTO, melalui pilihan penduduk di pemerintahan

atas wilayah Bolang Itang, yang termasuk dalam wilayah

yang terletak di pantai utara Sulawesi, telah sah menjabat

sebagai radja wilayah tersebut dan oleh karena itu harus

dikonfirmasi, dan mengingat ia telah membuat dan menyerahkan pernyataan yang dilampirkan pada akta ini

kepada residen Menado pada hari ini, maka

residen tersebut telah menyetujui, berdasarkan

otorisasi yang diperoleh dari Pemerintah Hindia Belanda, untuk mengesahkan ALI PADIR PONTO, dalam

jabatannya sebagai radja dan dalam pemerintahan atas wilayah Bolang

Itang, sebagaimana yang terjadi dengan ini.

Sebagai bukti, akta ini dibuat dan ditandatangani oleh:

residen Menado,

(ttd.) VAN MUSSCHENBROEK.

Menado, 7 Oktober 1875.

berjalan buruk, dan pada tahun 1857 tunggakannya mencapai lebih dari

699 real emas. Dengan penghapusan tunggakan tersebut,

penyerahan emas dihapuskan dan diganti

dengan pajak atau pungutan, yang dihitung f5 per rumah tangga,

awalnya ditetapkan sebesar f 465,

dan dapat dibayarkan dalam emas, uang,

atau produk lainnya, seperti teripang, lilin, karet,

kapas. Dengan pembayaran pajak ini secara semestinya,

radja dan bangsawan kerajaan akan menerima sebagian darinya untuk diri mereka sendiri.

Dalam kontrak tahun 1857, Pemerintah berhak

untuk mengangkat dan memberhentikan para radja Bolang Itang,

setelah berkonsultasi dengan para bangsawan kerajaan. Oleh karena itu, pada tahun 1874, ketika pemerintahan

kosong, ALI PADIR PONTO diangkat menjadi radja, dan

dengan dia, pada tanggal 7 Oktober 1875, perjanjian-perjanjian terlampir

dipertukarkan.

Perjanjian-perjanjian tersebut dikuatkan oleh keputusan Gubernur Jenderal

tertanggal 24 Oktober 1876, no. 3, meskipun, dalam hal

bentuk dan isinya, banyak hal yang masih perlu diperbaiki

dan tidak sesuai dengan instruksi pemerintah, antara lain,

karena tidak ada ketentuan eksplisit mengenai persetujuan

Pemerintah Hindia Belanda, dan karena tidak ada ketentuan

yang termasuk mengenai promosi pendidikan dan vaksinasi,

penghapusan hukuman cambuk, penyerahan tanah untuk

pembangunan instalasi pemerintah yang mungkin diperlukan, dan

kerjasama radja dalam revisi dan penambahan

ketentuan kontrak yang mungkin diinginkan

oleh Pemerintah. Ketidakberesan ini diterima oleh

Pemerintah Hindia Belanda, karena ada prospek

bahwa hubungan dengan Bolang Itang akan segera diatur ulang,

karena mereka telah menugaskan residen Menado

untuk berhubungan dengan berbagai kerajaan kecil di

pantai utara Sulawesi dan di Kepulauan Sangi,

guna membuat kontrak baru

menggantikan yang ada, yang umumnya kurang

dipatuhi.

Sementara itu, radja ALI PADI PONTO telah terbukti

sama sekali tidak layak untuk kekuasaan yang dipercayakan kepadanya.

Setelah dituduh oleh para bangsawan kerajaan karena perilaku buruk dan

pemerasan yang dilakukannya, ia, setelah penyelidikan lokal

(1) Kontrak-kontrak ini dibuat bersama dengan Kaidipan dan Bolang

Itang, karena kerajaan yang disebutkan pertama pada saat itu memiliki supremasi tertentu

atas yang disebutkan terakhir.

(2) Dokumen-dokumen tercetak, Tweede Kamer 1858-1869, no. XXIII.

(3) Dokumen-dokumen tercetak, Tweede Kamer 1860-1861, no. LXXI.





Komentar

Postingan populer dari blog ini

Dewan Kerajaan Kesultanan Adat Nusantara

Kerajaan Padang Kero